Gepubliceerd op 7 juni 2010 door Hester | REAGEER
De eerste jaren van marktwerking in de zorg gaan gepaard met bewegingen van het ene uiterste van het spectrum naar het andere. Waar samenwerking en kennisdeling ‘vroeger’ logisch was, zijn ziekenhuizen nu soms krampachtig bezig om hun ideeën en ervaringen achter de schermen te houden.
Welke politieke kleur het volgende kabinet ook zal hebben, voor de zorg zal kostenbesparing bovenaan staan. De manier waarop dat dient te gebeuren, daar lijkt men het nu al over eens zijn: samenwerking en concentratie.
Een greep uit berichten van de afgelopen tijd:
- Ziekenhuizen kunnen twee miljard euro besparen door niet meer allemaal alle behandelingen aan te bieden. Als ziekenhuizen per regio afspreken welke behandeling waar mogelijk is, dan neemt de kwaliteit van de behandeling toe en daalt de prijs zonder dat patiënten voor de behandeling (te) ver moeten reizen (rapport Boston Consulting Group, april 2010).
- Medisch ondernemer Jaap Maljers pleitte in NOVA voor een concentratie van zorg. Zes SEH’s in Amsterdam is bijvoorbeeld te veel, vindt Maljers. Door de zorg te concentreren kan Nederland volgens hem in totaal 2,5 miljard euro besparen.
- Ervaring in termen van aantal ingrepen per medisch specialist als beste voorspeller van kwaliteit (De CZ-bestuursvoorzitter bij presentatie jaarcijfers, Zembla TV etc. )
- Nauwe samenwerking is voor de ziekenhuizen Atrium MC in Heerlen en Orbis in Sittard op termijn de beste optie, volgens Berenschot. Door de vergrijzing zijn de mogelijkheden tot groei beperkt in de regio’s waarin de ziekenhuizen opereren. Door samen te werken kunnen zij 30 tot 35 miljoen euro aan kosten besparen (rapport Berenschot, mei 2010).
Gepubliceerd op 27 april 2010 door Gijsbert Croes (partner Mixe) | REAGEER
De vergoeding die medisch specialisten ontvangen blijkt in 2007 en 2008 ruim meer te zijn dan oorspronkelijk gecalculeerd. Het gemiddeld inkomen was niet 2 ton, maar misschien wel meer dan 3 ton per specialist. Dat geldt probeert minister Klink via de zorgautoriteit NZa terug te krijgen. Maar Klink wil meer: een beheersmodel. Hier is de brief aan de kamer.
Probleem: Specialist werkt sneller dan gedacht
Het probleem is dat de normtijden voor een behandeling te ruim zijn ingeschat, waardoor de feitelijke vergoeding voor de specialist teruggerekend naar een uurtarief te hoog is. Althans, hoger dan we eigenlijk willen betalen. Die normtijden worden opnieuw geijkt, maar dat is pas klaar in 2012, en zo lang wil Klink niet wachten. Bovendien, zo staat in de brief, wil Klink meer grip op de macro-omzetontwikkeling.
Het beheersmodel: Plafond op vergoeding specialisten
Het beheersmodel is bedoeld om toekomstige overschrijdingen van het budgettair kader zorg (BKZ) structureel te voorkomen. Enerzijds door onjuiste berekening van de normtijden en anderzijds door productiegroei hoger dan BKZ.
Nu komen twee uitgangspunten die lastig te combineren zijn:
- Het beheersmodel houdt de bekostiging van de specialistenvergoeding beheersbaar (plafond)
- Het beheersmodel bevat prestatieprikkels
Dus macro-economisch staat er: specialisten moeten hard werken aan kwaliteit en productie (dus geen wachtlijsten), maar LEES VERDER »
Gepubliceerd op 11 maart 2010 door Mike | REAGEER
Het is officieel: de PvdA wil af van marktwerking in de zorg. En zoals verwacht is de invoering van prestatiebekostiging controversieel verklaard, evenals bijvoorbeeld de uitvoering van de AWBZ door zorgverzekeraars.
Het beeld is nu als volgt:
Vóór
CDA (Klink: ‘Uitbreiding van B-segment is onontkoombaar’, link)
VVD
D66 (link)
CU (niet tegen is misschien beter, link)
Ook voor zijn de NVZ (Voorzitter Roelf de Boer: “Het is één minuut voor twaalf voor de ziekenhuizen. We kunnen ons geen vertraging meer veroorloven.” link) en GGZ Nederland (Voorzitter Marleen Barth: “Dat de omwenteling naar een ander systeem jarenlang goed is voor – vaak zeer irritante – kinderziektes en – forse – leermomenten, hoeft geen reden te zijn om van de hoofdkeuze af te stappen. Link).
De NZa bevestigde vorige week haar eerder uitgebrachte advies en vindt uitbreiding van het B-segment ‘verantwoord en wenselijk’ (NZa: “vrije onderhandelingen met de zorgverzekeraars over prijs en kwaliteit [hebben] een positief effect op toegankelijke, betaalbare en kwalitatief hoogstaande zorg.”)
Tegen
PvdA (Bos: ‘Niet nodig en niet verantwoord’, link)
SP
Groenlinks (link)
Onduidelijk
PVV. De PVV richt zijn pijlen vooral op de V&V-sector – meer specifiek ouderenzorg – en wil in elk geval niet bezuinigen op de zorg. Kamerlid Fleur Agema stelt dat de curatieve zorg al behoorlijk efficiënt is (link). Wat dat betekent voor hun standpunt over verdere liberalisering, heb ik niet kunnen vinden.
Combineer je bovenstaande standpunten met de laatste peilingen (link), dan komt het wellicht goed met de marktwerking in de zorg. Het mag duidelijk zijn dat ook wij vóór zijn. Vooral ook omdat we zien hoeveel energie het losmaakt bij onze klanten om patiënten beter te bedienen, beter dan concurrenten doen. De NZa ziet ook een groeiende aandacht voor kwaliteit en transparantie. Niet onbelangrijk bovendien is dat de prijzen van behandelingen waarover ziekenhuizen en zorgverzekeraars met elkaar onderhandelen veel minder hard stijgen dan van die waar de overheid de prijzen vaststelt. (link).
Bos zegt “winst hoort niet thuis in de zorg”. Maar als de prijzen maar half zo hard stijgen door concurrentie, kwaliteit, transparantie en keuze toenemen, dan noem ik dat toch winst.
Wordt vervolgd…
Gepubliceerd op 17 november 2009 door Hester | REAGEER
Dinsdag 10 november jl. organiseerde het NIMA een bijeenkomst over “Internal Branding”, een van de buzzwords van vandaag de dag. Op de agenda stonden drie organisaties die nog niet al te lange tijd bezig zijn met marktwerking en klantenbinding: Sint Franciscus Gasthuis Rotterdam, Hogeschool Inholland en energiebedrijf Eneco.
Henk Gerla, de voorzitter van de Raad van Bestuur van het Rotterdamse Sint Franciscus Gasthuis, nam ons mee op zijn ambitieuze route naar een merkpositionering die door alle medewerkers wordt onderschreven en waargemaakt. Geïnspireerd door marktonderzoek heeft SFG allereerst het merk geformuleerd. Kort gezegd wil het SFG “zorgen voor de zorgen van de patiënt – vanuit het hart.” Onzekerheid en angst van patiënten reduceren dus.
Binnen de organisatie is de missie als vehikel gebruikt om de merkbelofte te realiseren. “Iedere medeWerker is een medeMerker.” Interessant middel vond ik de lunchbijeenkomsten waarbij de Raad van Bestuur twee keer per week met een andere afdeling om tafel ging zitten om enerzijds de merkbelofte en missie te verklaren en anderzijds van de afdelingen te vragen wat zíj denken te kunnen bijdragen aan het realiseren van de missie. Zo zijn er diverse concrete maatregelen genomen die de missie moeten versterken: de OK gaat altijd door, snelle(re) diagnostiek, het uitserveren van maaltijden etc. De concrete resultaten die Gerla noemde waren indrukwekkend: het SFG hoort bij de Beste Werkgevers van 2009, heeft een ‘driesterrenstatus’ ontvangen in de gids Gastvrijheidszorg Zorgingstellingen en is landelijk op de tweede plaats beland bij de Beste Ziekenhuizen van Elsevier. Daarnaast noemde hij ook de sterke toename van patiëntengroei en de gezonde financiële situatie – maar die elementen kon het publiek natuurlijk niet verifiëren.
De presentatie van Conny Rijkers over Inholland was rijk gevuld met bescheidenheid cq. kritiek naar de eigen organisatie toe. Op zich verfrissend, maar toch ook wel terecht. Mijn grootste bezwaar op het proces dat zij schetste, is het feit dat er voor twee locaties van Inholland (Alkmaar en Haarlem) niet alleen twee heel uiteenlopende “Brand Houses” zijn geformuleerd, maar dat die bovendien geen enkele link hebben met het corporate merk Inholland.
Petra van den Enden (Manager Interne Communicatie van Eneco) liet een uitgebreid scala aan activiteiten zien die Eneco het afgelopen jaar heeft ondernomen om haar medewerkers een actieve bijdrage te laten leveren aan het Eneco merk, dat als kern Duurzaam heeft gekozen. Een fotoprijsvraag, merkquiz, een muismat met het merkkompas en filmpjes van medewerkers (topmanagement en werkvloer) waren enkele van de genoemde middelen. De belangrijkste learnings die zij met ons deelde: tempo van uitrollen hangt af van de welwillendheid en andere karakteristieken van elke business unit, de samenwerking met HRM zou beter/intensiever moeten, probeer zo veel mogelijk aan te sluiten bij bestaande platforms en zorg ervoor dat merkdoelstellingen expliciet worden gekoppeld aan de business strategie.
Drie inhoudelijk heel verschillende verhalen met elk hun aandachtspunten. Concrete voorbeelden van al dan niet succesvolle processen en middelen zijn altijd erg inspirerend, vind ik!
Gepubliceerd op 14 september 2009 door Gijsbert Croes (partner Mixe) | REAGEER
In haar eerste brancherapport concludeert de NVZ dat de grotere ziekenhuizen in de grotere steden hun marktaandeel hebben zien stijgen ten koste van de kleinere ziekenhuizen.
Het rapport behandelt een drietal thema’s: kwaliteit, productiviteit en ontwikkelingen t.g.v. marktwerking.Voor de eerste twee thema’s verwijs ik u graag naar het rapport. De belangrijkste ontwikkelingen t.g.v. marktwerking:
- Er is een flinke verschuiving in marktaandelen geweest tot wel 15%. Vooral grotere ziekenhuizen hebben hier geprofiteerd van de kleinere ziekenhuizen.
- De verschuiving heeft vooral plaatsgevonden in de grote steden waar relatief veel keuze is.
- In die grote steden kiest 40% voor het dichtsbijzijnde ziekenhuis (60% dus niet!). Landelijk gemiddeld is 60% volgens dit onderzoek.
- De grootste verschuiving in marktaandelen is te vinden in de planbare zorg van de orthopedie, oogheelkunde en dermatologie.
Alleen de algemene ziekenhuizen zijn in het onderzoek meegenomen, dus niet de UMC’s en zelfstandige behandelcentra. Alhoewel de invloed van de ZBC’s nog beperkt is als naar de productie wordt gekeken, zou het toch interessant zijn te bekijken welke invloed de ZBC’s hebben op de ontwikkeling van kwaliteit, productie en marktaandelen. Misschien volgend jaar?
Download rapport ‘Vizier op vertrouwen‘ in PDF op de website van de NVZ.