Eli Lilly rijdt rond met Erectietruck

Gepubliceerd op 10 juni 2009 door Gijsbert Croes (partner Mixe) | REAGEER (0)

truck_open

Toegegeven: Zo’n truck valt wel op. Je moet wat doen als farmaceut om in Nederland je producten aan de man (letter in dit geval) te brengen. De truck rijdt een sexuologe en verpleegkundige Nederland rond om voorlichting te geven over erectieproblemen in het programma ‘Health in movement‘. Overigens is dit een initiatief in samenwerking met de Wetenschappelijke Vereniging voor Seksuele Disfuncties. De truck is de eyecatcher van een artikel in FD: ‘Farmaceut bang voor nieuwe media’, eigenlijk gaat het artikel over de beperkte wettelijke mogelijkheden in de marketingcommunicatie en internet als marketingmedium.

Voor een farmaceut is er weinig mogelijk: reclame richting patiënten is verboden – alleen voorlichting over de aandoening (disease branding in lelijk jargon), bijsluiterinformatie en enige informatie over het gebruik van geneesmiddelen is toegestaan. Tegelijk staan de marges sterk onder druk door nieuwe wetgeving en generieke medicijnen. Wat kun je doen als marketeer?

In het artikel zijn enkele online-marketingstrategen aan het woord die de kansen schetsen. Ik som ze voor u op:

  • Aanbieden van aandoening-gerelateerde websites zoals www.erectieplein.nl (van concurrent Pfizer) in de veronderstelling dat beter voorgelichte mensen eerder naar geneesmiddelen zullen vragen;
  • Vindbaarheid in google;
  • Inhoudelijke bijdrage in Wikipedia;
  • Inzet van social networking sites, zoals Hyves, patiëntenforums, twitter door bijvoorbeeld vragen te beantwoorden;
  • Inzet van blogs, youtube

Toch zijn de farmaceuten nog niet onverdeeld enthousiast. Men is voorzichtig, want er heerst angst voor negatieve publiciteit of negatieve publieke opinie. Daardoor is er nog relatief weinig ervaring met het online medium.

Mijn mening? Medische bedrijven zijn sterk in het ontwikkelen van voorlichting over aandoeningen, veel beter dan zorginstellingen zelf. Goede informatie wordt gewaardeerd door consumenten maar zeker ook huisartsen en specialisten, en dat zal voor marktleiders altijd een gunstig effect op de sales hebben. Bovendien vind ik het voor marktleiders een morele verplichting om goede voorlichting te ontwikkelen, in samenwerking met patientenverenigingen of zorginstellingen.

In het FD artikel proef ik tussen de regels het gemis aan strategische richting: Zet je in op voorlichting, web2.0, artsenbezoek, weggevertjes…? Ik denk dat het gaat om het zoeken naar relevantie in je producten, services en communicatie. Wat zou een specialist doen als hij een dag farmaceut was? Wat kun je als farmaceut betekenen voor patiënten? Dat vraagt wat langere-termijn visie en investering. Dus: iets meer merk & marketing, iets minder sales wat mij betreft.

Rol privaat geld in de zorg blijft miniem

Gepubliceerd op 9 juni 2009 door Gijsbert Croes (partner Mixe) | REAGEER (1)

zuwehofpoortHet Financieel Dagblad komt vandaag met een interessant artikel over de rol van privaat geld in de zorg. Ik vat dat kort voor u samen.

Status quo
Anno 2009 zijn er nog relatief weinig private partijen actief in de curatieve sector. De meeste partijen bevinden zich onder zelfstandig behandelcentra (ZBC’s) en privéklinieken, maar daar is het marktaandeel nog gering. Onder ziekenhuizen vinden we privaat geld bij het Slotervaartziekenhuis en de IJsselmeerziekenhuizen. Het Zuwe Hofpoort ziekenhuis (Woerden) en  St. Jansgasthuis (Weert) zoeken al enige tijd onsuccesvol naar een investeerder.

Is de zorgmarkt wel een aantrekkelijke markt?
Een aantal eigenschappen maken de zorg een aantrekkelijke investeringsmarkt: de zorg is een groeimarkt, er is hoge toegevoegde waarde, de zorg is niet confunctuurgevoelig (maar de toekomst is wel onzeker, zie verderop) en er zijn veel mogelijkheden tot verbetering van bedrijfsvoering en daarmee rendement.

    Wat houdt privaat geld tegen?
    Er wordt in het artikel een aantal redenen gegeven:

    1. Bestuurders zijn nog terughoudend. Men is niet gewend om de zeggenschap uit handen te geven, danwel te delen met een investeerder. Je zou misschien ook kunnen stellen dat de bestuurders voorzichtig zijn.
    2. Een ziekenhuis is geen bedrijf. Er is vooralsnog een verbod op winstdeling. Daarnaast is het aan veel, en onzekere, wetgeving gebonden. De financiële toekomst is lastig te voorspellen. Dit bemoeilijkt de waardebepaling ernstig.

    Is er toekomst?
    Het opheffen van het verbod op winstdeling zal er aan bijdragen dat publiek-private samenwerking sneller op gang komt. Niet alleen bij zorgpartijen in problemen, maar juist ook bij financieel gezonde ziekenhuizen.  Het huidige klimaat met voorzichtige banken zal dat alleen maar versterken.

    Hele artikel: http://www.fd.nl/artikel/11741890/rol-privaat-geld-zorg-blijft-miniem